Maar!

Het woordje ‘maar’.

Volgens de Van Dale gebruiken we dit woord o.a. om een gevoel uitdrukken, een tegenwerping in te brengen of een tegenstelling aan te geven. Laatst las ik de 2e brief van Paulus aan de Korinthiers en toen viel me op hoe vaak Paulus het woordje ‘maar’ gebruikt. Als je het hebt over tegenwerpingen en tegenstellingen dan klinkt dat een beetje negatief. Ja, zo kan je het woord ‘maar’ ook gebruiken, maar Paulus gebruikt het juist om tegen over een negatieve situatie iets positiefs te zetten. In deze brief aan de korinthiers schrijft Paulus namelijk veel over moeilijkheden en lijden waar hij door heen is gegaan. Dit had vaak te maken met de christenvervolging, maar ook met andere moeilijkheden, zoals honger, slaapgebrek, financiële uitdagingen en teleurstelling in mensen.

Iedere keer gebruikt Paulus een woordje ‘maar‘ om  de beloften van God en het positieve wat God uitwerkt in de moeilijkheden, er tegenover te zetten.

Dit zien we al meteen heel duidelijk gebeuren in het eerste hoofdstuk:

U moet weten, broeders en zusters, dat de tegenspoed die we in Asia hebben moeten doorstaan, uitzonderlijk groot was. We hadden het zwaar te verduren, zo zwaar dat het onze krachten te boven ging. We vreesden ernstig voor ons leven, we waren er zelfs zeker van dat het doodvonnis al over ons was uitgesproken. Maar juist dat liet ons beseffen dat we niet op onszelf moeten vertrouwen, maar alleen op de God die de doden opwekt. 2 kor 1:8 -9

Ik wil vier tegenstellingen noemen, die Paulus uitdrukt met zijn maar’s.

1. Vertrouwen op jezelf tegen over vertrouwen op God

Paulus beschrijft in dit gedeelte dat de tegenspoed die ze ondervonden, zijn krachten te boven gingen. Hij had er geen controle over en wist eigenlijk al zeker dat hij zijn leven zou verliezen. En dan komt er een ‘maar!’ Met deze ‘maar’ maakt hij duidelijk dat de uitwerking hier van was dat ze beseften dat ze nog te veel op zich zelf vertrouwden, en dat ze op God moesten vertrouwen die de doden opwekt. Met andere woorden, de God die almachtig is en machtiger is dan de dood waar ze nu mee bedreigd werden.

God gebruikt een crisis situaties om ons te laten beseffen op wie we ons vertrouwen nou echt gesteld hebben.

Als je op jezelf vertrouwt, is je focus dus op jezelf, niet op Jezus. Dan hangt alles van jou af. Dat geeft stress. God brengt ons in situaties dat we het niet meer van onszelf kunnen verwachten, dat we alleen nog maar onze ogen naar de bergen kunnen heffen en kunnen zeggen dat onze hulp van de Here is die de hemel en aarde heeft gemaakt.

2. Buitenkant tegenover binnenkant.

Maar wij zijn slechts een aarden pot voor deze schat; het moet duidelijk zijn dat onze overweldigende kracht niet van onszelf komt, maar van God. 2 kor 4:7

Paulus laat hiermee zien hoe kwetsbaar hij is en ook wij zijn; als een aarden pot. Breekbaar, zwak, zeker te midden van moeilijke omstandigheden. Aan de buitenkant zie je een aarden breekbare pot, maar! Met een ‘maar’ maakt duidelijk dat er een schat in hem is gelegd, namelijk de kracht van de Heilige Geest. Een kracht is niet van hemzelf is, maar van God. En die kracht wordt juist zichtbaar te midden van moeilijkheden.

Aan de buitenkant moeilijke omstandigheden, aan de binnenkant een schat en kracht!

Paulus maakt deze tegenstelling verder concreet met nog meer ‘maars’.

We worden van alle kanten belaagd, maar raken niet in het nauw. We worden aan het twijfelen gebracht, maar raken niet vertwijfeld. We worden vervolgd, maar worden niet in de steek gelaten. We worden geveld, maar gaan niet te gronde. 2 kor 4:8-9

Er komen van de buitenkant allemaal moeilijke omstandigheden op hem af, maar door de kracht van God blijft hij aan de binnenkant sterk! Maar in het volgende vers geeft hij aan dat dit niet vanzelfsprekend was.

Toen we in Macedonië kwamen, vonden we geen rust maar werden we van alle kanten belaagd: van buitenaf door vijanden, van binnenuit door zorgen. Maar God geeft moed aan wie terneergeslagen is. 2 kor 7:5-6

Hier geeft Paulus aan dat er wel degelijk een mogelijkheid was dat de buitenkant de binnenkant zou beïnvloeden. Maar God! Door dat God moed konden ze de zorgen die van binnen waren overwinnen. Misschien dreigen de omstandigheden in de wereld als gevolg van de Corona crisis en de dingen die via het nieuws op je afkomen ook je binnenkant te raken. Weet dat je dit een halt toe kunt roepen door er een ‘komma maar’ tegen over te zetten van Gods beloften. Dat zal je moed geven.

3. Het zichtbare tegenover het onzichtbare

Wij richten ons niet op de zichtbare dingen maar op de onzichtbare, want de zichtbare dingen zijn tijdelijk, de onzichtbare eeuwig. 2 kor 5:18

Hier benadrukt Paulus met de ‘maar’ de tegenstelling tussen het zichtbare en het onzichtbare. De omstandigheden en problemen in de wereld (okay het Coronavirus niet, maar het effect wel) om ons heen is zichtbaar, maar God en de geestelijke wereld zijn onzichtbaar! Waar is onze focus op? Met welke zintuigen kijk je? Je natuurlijke of geestelijke?
Daarnaast noemt Paulus hier de tegenstelling tussen tijdelijk en eeuwig. Het tijdelijke is zichtbaar en het eeuwige onzichtbaar.

Als je in tijden van crisis alleen maar op het tijdelijke gericht bent, dan kan je wereld voor je gevoel in storten.

Maar de bijbel zegt dat we eeuwig leven hebben en dat als je je vertrouwen op Jezus stelt en dat niets je kan scheiden van de liefde van Christus; dood noch leven! Daarom zegt Jezus ook dat we geen schatten op de aarde moeten verzamelen, maar schatten in de hemel. Geloof is de zekerheid van de dingen die je niet ziet (onzichtbaar zijn met je natuurlijke ogen). Angst is de onzekerheid van de dingen die je wel ziet (zichtbaar zijn met je natuurlijke ogen). Focus net als Petrus op Jezus en zijn woord, en niet op de golven en de wind.

4. Het verwachte tegenover het onverwachte

We zijn vreemdelingen maar toch bij iedereen bekend, we sterven maar toch leven we, we worden gestraft maar niet ter dood veroordeeld, we hebben verdriet maar toch zijn we altijd verheugd, we zijn arm maar toch maken we velen rijk, we bezitten niets maar toch hebben we alles. 2 kor 6:9-10

Logischer zou zijn als er het volgende stond: We zijn vreemdelingen, dus niet iedereen bekend, we sterven, dus gaan we dood, we worden gestraft, dus worden ter dood veroordeeld, we hebben verdriet, dus zijn we altijd verdrietig, we zijn arm, dus kunnen we niemand rijk maken, we bezitten niets, dus we hebben niets.

Maar Paulus gebruikt hier heel bewust een ‘maar’ en geen ‘dus’. In deze tegenstellingen laat Paulus zien hoe God elke situatie ten goede keert. Ook in deze crisis mogen we er op vertrouwen dat God iets doet wat misschien niet logisch is, maar wat bovennatuurlijk is! Omdat we alleen nog maar op Hem kunnen vertrouwen.

0 antwoorden

Plaats een Reactie

Meepraten?
Draag gerust bij!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *